Geschiedenis van vitamine D

Hoe deden onze voorouders dat dan?

Dat lijkt een terechte vraag. Maar vergeet niet dat er in de afgelopen generaties ongelofelijk veel veranderd is onze levensstijl. Onze overgrootouders leefden en werkten nog grotendeels op het land en brachten zodoende veel meer tijd buiten door. Men verplaatste zich nog niet per auto, maar te voet of op een paard en op de momenten dat men tijd over had voor ontspanning, werd er in de buitenlucht gerecreëerd.

Kinderen liepen (door weer en wind) naar school, speelden buiten op het erf maar moesten ook vaak meewerken op het land. Zo bouwde men gedurende de lente, zomer en oogstmaanden in de vroege herfst een vitamine D reserve op waar men in de donkere wintermaanden op kon teren.

En nu? Ons werk is van buiten naar binnen verplaatst en we pakken de auto of bus er naar toe. Ook onze vrije tijd speelt zich grotendeels binnen af: we lopen, rennen, fietsen en roeien in de sportschool en zwemmen in verwarmde binnenbaden. SFA03_SFA022006639_XDaarbij heeft ieder huishouden allerlei apparaten die het leven weliswaar aangenamer maken, maar waardoor we dus ook de deur niet meer uit hoeven: televisie, computer, airco, wasmachine, droogtrommel en koelkast. Ons voedsel halen we met de auto uit de supermarkt. Kinderen worden per auto naar school en allerlei indoor activiteiten gereden.

Zonlicht als therapie

In het begin van de vorige eeuw was het nog heel gebruikelijk zonlicht in te zetten als medicijn. Vooraanstaande artsen stuurden hun patiënten regelmatig naar kuuroorden (het Kurhaus in Scheveningen en het badpaviljoen in Domburg bloeiden in die tijden) waar heilzame effecten werden toegeschreven aan een strikt regime van zonlicht, frisse zeelucht en zeebaden.

Zuidelijk gelegen landen als Duitsland, Oostenrijk, Italië en Portugal kenden naast vele kuuroorden ook sanatoria (sanus komt uit het latijn en betekent gezond). Dit waren vaak schitterend gelegen plekken in de bergen waar patiënten werden heengestuurd om lichamelijk en geestelijk gezond te worden. De ongerepte natuur, frisse berglucht, beweging, een gezond dieet maar vooral zonlicht therapie werden in die tijd beschouwd als belangrijke voorwaarden voor genezing.

In die tijd was het ook niet ongewoon om kinderen te behandelen met lichttherapie. Onder jonge kinderen kwam toen regelmatig rachitis (ook wel Engelse ziekte) voor, een vergroeing van het beendergestel door een gebrek aan vitamine D en calcium. Kromme beentjes waren het zichtbare gevolg. Om dit in de toekomst te voorkomen werd in de jaren 50 en 60 standaard vitamine D toegevoegd aan melk (in Amerika) en margarine (in Nederland). Maar het was in die tijd ook zeker niet ongewoon deze kinderen te behandelen met een hoogtezon.